Warning: A non-numeric value encountered in /customers/b/0/f/molendehoopoldebroek.nl/httpd.www/wp-content/themes/Divi/functions.php on line 5852

Geschiedenis

De geschiedenis van deze molen begint met een molen elders: de Bovenmolen (of “De Tijd”genaamd) te Oldebroek-Mulligen. Hendrika Wilhelma Spijkerboer trouwt in 1808 met Jan Janszoon Spronk, molenaar op de Bovenmolen in Oldebroek. Op 4 juni 1819 krijgt Jan tijdens werkzaamheden in de molen een ernstig ongeval dat hij niet overleeft. Hendrika zet het werk op de molen voort en twee jaar later hertrouwt ze met Hendrik Blaauw.

Hun oudste zoon Kornelis wordt op 5 april 1822 geboren. Het vak van molenaar wordt hem met de paplepel ingegeven. Op 29-jarige leeftijd trouwt Kornelis met Jannigje Agter de Mole. Samen krijgen zij twee zoons, Hendrik en Willem.

In 1853 laat hij molen “de Hoop” bouwen aan de Zuiderzeeschen straatweg. In 1883 gaat het niet goed met de zaken en ziet Kornelis zich genoodzaakt zijn gehele bezit te verkopen.
De verkoop wordt geregeld door notaris Van Asselt uit Oldebroek en aangekondigd in de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van 31 december 1883; in de verkoopadvertentie wordt gesproken over “den wind-, olie-, pel- en korenmolen de Hoop”.
Molen “de Hoop” wordt in januari 1884 gekocht door Coenraad van de Poll, molenaar uit Putten. Hendrik en Willem kopen samen de Bovenmolen.

Wanneer Coenraad in 1921 overlijdt komt “de Hoop” in handen van zijn zoon Evert van de Poll. Door financiële problemen moet Evert de molen in 1935 verkopen. Gerrit Blaauw Hendrikszoon, de kleinzoon van de bouwer, koopt “de Hoop” en zo komt de molen weer in het bezit van de familie Blaauw.

Op kadaster kaarten wordt in 1873 voor het eerst ‘oliemolen De Hoop’ vermeld. Vanaf 1918 verandert dat in ‘KM De Hoop’ (korenmolen). Mogelijk dat vanaf die tijd het oliewerk buiten gebruik is gesteld.

 Eigendom
1853 – 1884 Kornelis Blaauw Hendrikszoon, bouwer en eigenaar
1884 – 1921  Coenraad van de Poll, molenaar uit Putten
1921 – 1935 Evert van de Poll (zoon van Coenraad)
1935 – 2014 Gerrit Blaauw Hendrikszoon (kleinzoon van de bouwer)
2014 – In 2014 wordt molen “de Hoop” ondergebracht in “Stichting molen De Hoop 1853” vanwege het maatschappelijk belang.

Deze achtkante stellingmolen heeft naast malen en pellen ook als oliemolen dienstgedaan, waarbij het olieslaan in een vóór 1900 gebouwde uitbouw naast de molen was ondergebracht. Na het verwijderen van de olieslagerij werd in de uitbouw een hulpmotor geplaatst. De uitbouw is verder vergroot en bestaat nu uit drie met hun lange zijde aan elkaar gebouwde ruimtes. Omstreeks 1900 werd een zuiggasmotor bijgeplaatst, die rond 1930 werd vervangen door een Crossley ruwoliemotor. Na 1949 werd er alleen nog met een hamermolen gemalen, tot 1957 aangedreven door de ruwoliemotor.

In 1957 is het gaande werk, met uitzondering van het bovenwiel, verwijderd om plaats te maken voor silo’s, waardoor de molen niet meer kon malen en slechts draaivaardig was. De vangbalk werd boven het rechter voeghout geplaatst om ruimte te winnen voor de graansilo’s.
Ook rond de molen werden hoge silo’s gebouwd, waardoor de landschappelijke waarde van deze molen, die van buiten geheel compleet bleef, werd gereduceerd.

Oorspronkelijk had de stelling een binnensluiting en schoren zonder kraaienpoten, waarschijnlijk tot 1931 toen de stelling instortte. Later, in 1936/37 is de stelling vervangen en zijn minder schoren maar nu met kraaienpoten toegepast. In 1973 werd de stelling weer geheel vervangen en ongeveer 30 cm hoger geplaatst, waardoor de molen weer 360 graden gekruid kon worden. De gaten van de vroegere schoren werden dichtgemetseld. Ook werd geen binnensluiting meer gebruikt.

In 1973 werd een uitwendige restauratie uitgevoerd en er werd vervolgens af en toe weer voor de prins gedraaid. Het wiekenkruis is toen vernieuwd en heeft de Brunia roeden gekregen.

In 1986 is er groot onderhoud gepleegd, waarbij de kap van de molen is geweest en het kruiwerk met neuten is vervangen door zogenaamde mosterdpotten. Deze zijn bij de restauratie van 2012 vervangen door een Engels kruiwerk. Hierbij is gebruik gemaakt van de rollen van de oude mosterdpotten.

Op 29 juni 2011 is molenmakersbedrijf Berkhof uit Zwartebroek met een nieuwe restauratie begonnen en zijn tijdens een officiële plechtigheid, in aanwezigheid van de burgemeester en de verantwoordelijke wethouder, de Brunia roeden gestreken. Bij de restauratie worden twee zolders, maal- en kapzolder, en de kap hersteld. Ook komt er weer een deelbare koningsspil met koppeling. Verder wordt de stelling evenals de lange spruit vernieuwd en komt er een Engels kruiwerk in de plaats van het huidige kruiwerk. De nieuwe stelling komt lager te liggen dan de oude stelling. De lange spruit die door het plaatsen van de silo’s in de molen achter het bovenwiel werd gelegd, wordt ingekort tot steunderbalk en de nieuwe lange spruit komt terug in het midden van de kap met daarin een nieuwe ijzerbalk.

Op 7 maart 2012 zijn de kap en de houten achtkant afzonderlijk van de stenen onderbouw getakeld. Omdat er naast de molen geen ruimte was, zijn de kap en houten achtkant met twee kranen verplaatst tot achter de loodsen. Hierbij bleek de kap 11,2 ton en het houten achtkant zonder zolders, koningsspil en maalstenen 17,5 ton te wegen.

Op 18 juli 2012 is de houten achtkant en de kap op de stenen voet teruggeplaatst. Op 29 augustus 2012 zijn de herstelde en met een heklat verlengde Brunia roeden gestoken, waarna de molen weer draaivaardig is. De roeden zijn 20 centimeter verlengd; dit kon omdat de vernieuwde stelling weer op de originele hoogte is gebracht.
In het najaar van 2012 zijn de hoge silo bij de molen afgebroken en de populieren verwijderd, waardoor de molen beter in het zicht is gekomen.
De ligger en de loper van het maalkoppel en de pelsteen met ijzeren doodbed zijn op de stellingzolder gelegd. De dubbele koningsspil is geplaatst. De onderspil is 6,30 meter en de bovenspil 7,10 meter lang. De onderspil draait bovenaan in een bril met basra locus neuten. De taats van de bovenspil draait in de taats van de onderspil. Het spoorwiel heeft 95 kammen van haagbeuk. De gedeelde koningsspil wordt in het spoorwiel met twee raamwerken met elkaar verbonden.

In 2014 is begonnen met het weer maalvaardig maken van de molen met één maalsteen en één pelsteen. Deze werden door bemiddeling van bouwmeester van Reeuwijk aangeleverd en de andere maalsteen was hier ter plekke. Daarnaast zijn de bijgebouwen hersteld en opnieuw ingericht.

Op 21 september 2016 werden de molen en de bijgebouwen feestelijk heropend door prinses Beatrix in haar rol als beschermvrouwe van de Vereniging De Hollandsche Molen.

Op 8 januari 2019 wordt begonnen met het aanleggen van de fundering voor het doodbed, als onderdeel van het herbouwen van het oliewerk.
De werkzaamheden worden uitgevoerd door molenmakersbedrijf Berkhof uit Zwartebroek, onder begeleiding van bouwmeester Van Reeuwijk uit Arum.
Daarmee wordt deze molen de enige molen met deze drie werkende functies in Nederland: oliemolen, graanmolen en pelmolen.

De bijgebouwen van de molen zijn in gebruik door Philadelphia Zorg, een dagbestedingsplaats voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Behalve een restaurant en vergaderaccommodatie is deze locatie ook te huur om te trouwen.